Beelddenken

Is uw kind een beelddenker?
  • Kan uw zoon of dochter goed puzzelen?
  • Houdt uw kind veel van TV en/of spelcomputers?
  • Speelt uw kind graag met constructiespeelgoed (Lego e.d.)?
  • Heeft uw kind een levendige verbeelding en kan daardoor op gaan in zijn/haar fantasiewereld?
  • Wordt hij/zij gemakkelijk afgeleid?
  • Moeten instructies vaak herhalen voordat taken worden uitgevoerd?
  • Heeft uw kind laat leren lopen?
  • Wiebelt hij/zij veel?
  • Eerst doen en dan pas denken?
  • Is hij/zij overweldigend aanwezig op verjaardagen en in pretparken? (Na eerst de kat uit de boom te hebben gekeken.)
  • Denkt uw kind erg zwart-wit?
  • Is hij/zij erg perfectionistisch en faalt hij/zij niet graag (gevoelig voor kritiek)?
  • Wint uw kind graag en is hij/zij een slechte verliezer?
  • Herinnert hij/zij gebeurtenissen gedetailleerd (zelfs van jaren geleden)?
  • Heeft uw kind problemen met het vasthouden van een pen en/of slecht handschrift?
  • Heeft uw kind een allergie, last van astma of veel oorontstekingen (gehad)?
  • Heeft uw kind een goed gevoel voor humor (creatieve woordspelingen)?
  • Moeten de etiketten uit kleding worden geknipt? Draagt hij/zij graag zachte stoffen en heeft hij/zij bijvoorbeeld een hekel aan harde knoopjes?
Als u 10 van de bovenstaande vragen met 'ja' heeft beantwoord, is uw kind waarschijnlijk een beelddenker.

Denken in beelden

Denk eens aan het woord 'HUIS'.
Velen zien dan de letters H-U-I-S in hun gedachte. Anderen zien echt een plaatje van een huis. Compleet met gordijnen, zon en wolken.
Beelddenkers moeten het beeld vervolgens omzetten naar taal. Dit kost tijd. Op school heeft een kind dus meer tijd nodig om een dictee of proefwerk te maken. Ook kunnen beelden de aandacht afleiden omdat zij een eigen leven gaan leiden. Bijvoorbeeld: 'Uit het huis komt een mannetje dat zijn hond uit gaat laten.'

Eén woord, meerdere betekenissen
Op jonge leeftijd is het moeilijk te begrijpen dat er verschillende beelden bij hetzelfde woord horen. Ook andersom. 'Dit is een meeuw.' 'Nee, mama, het is een vogel!' Nieuwe informatie moet aansluiten bij de informatie in het geheugen. Of het kind moet bewust een nieuw vakje aanmaken in het hoofd.

De meeste woorden kan een kind visualiseren: hond, huis, lopen, enz. Het gelezen woord kan worden omgezet in een beeld. Dit kost tijd. Wanneer een beelddenker schrijft, moeten alle beelden worden omgezet in taal. Een examen neemt dus meer tijd in beslag.

'Lege' woorden Bij een aantal woorden kan een kind geen beeld oproepen: geen, niet, de, het, een, omdat, die, dat, hulpwerkwoorden, enzovoorts. Een beelddenker onthoudt beelden. Dus hoe moet een kind een woord onthouden als er geen beeld bij past? Deze woorden zeggen hem/haar niks en tijdens het lezen slaat hij/zij deze woorden waarschijnlijk over. Begrijpend lezen is dan ook een probleem. Zeker bij vragen op het examen als: Waar slaat het woord 'omdat' op?

Bekijk hier het filmpje over 'Ik leer anders'
Bronvermelding en meer info via www.ikleeranders.nl
Training 'Ik leer anders'
Individuele training 'Ik leer anders'

Kosten training € 259,00 (4 sessies van één uur, inclusief werkboek)
De basistraining leert je om informatie te vertalen naar JOUW informatiesysteem: Visueel.
Dit kun je (in de toekomst) ook toepassen op bijvoorbeeld buitenlandse talen, enzovoort.

Inhoud training
  • Doelstellingen vooraf bespreken
  • Informatiesysteem testen en leerstrategie bepalen
  • Rust en ruimte creëren
Basisinformatie leren via beelddenken
  • Informatie op juiste wijze ordenen (beter onthouden)
  • Alfabet en woorden (dictee)
  • Cijferveld, rekenen en tafels
  • Klokkijken (ook digitaal)
Tips voor vakken als topografie, werkstukken, spreekbeurten, boekbespreking, geschiedenis, enzovoorts.

Contact opnemen »